Looistoffen
Looistoffen – ook wel tannines genoemd – zijn samentrekkende polyfenolen die vooral voorkomen in bladeren, schorsen, wortels, bessen en basten van verschillende planten. Hun belangrijkste eigenschap is de adstringerende werking: ze trekken weefsels samen, versterken oppervlakkige slijmvliezen en remmen mild ontstekingen en irritatie.
Werking
Looistoffen hebben een duidelijk fysiologisch werkingsprofiel:
- Samentrekkend (adstringerend)
- Ze binden aan eiwitten in huid- en slijmvliescellen, waardoor het weefsel compacter wordt.
Hierdoor:
– vermindert vochtverlies
– wordt irritatie sneller gekalmeerd
– krijgen slijmvliezen meer stevigheid - Ontstekingsremmend:
Door de interactie met eiwitten en slijmvliezen verminderen tannines:
– roodheid
-zwelling
-lokale ontstekingsactiviteit - Antimicrobieel: veel tannines remmen groei van bacteriën, virussen en gisten doordat ze eiwitten in micro-organismen denatureren.
- Beschermend op slijmvliezen: ze leggen als het ware een dun, beschermend laagje over: maag, darmen, keel, huid
Hierdoor kunnen ze behulpzaam zijn bij diarree, keelirritatie of oppervlakkige huidproblemen. - Stoppend effect op diarree: dit is een klassieke werking: tannines trekken de darmwand samen, verminderen vochtverlies, remmen irritatie
Let op: dit geldt voor acuut gebruik; looistofrijke kruiden zijn niet bedoeld voor langdurige inname.
Soorten tannines
1. Gehydrolyseerde tannines
(zoals gallotannines en ellagitannines)
- komen o.a. voor in eikenbast, walnootblad, braamblad
- sterk adstringerend
- uitgesproken effect op slijmvliezen
2. Gecondenseerde tannines (proanthocyanidinen)
- komen o.a. voor in rozenbottel, meidoorn, bosbessenblad
- milder dan gehydrolyseerde tannines
- vaak gecombineerd met antioxidantwerking
Voorbeelden van looistofrijke kruiden
Eikenbast (Quercus robur)
- zeer rijk aan tannines
- uitwendig bij aambeien, kloofjes, ontstoken huid
- niet langdurig inwendig gebruiken
Braamblad (Rubus fruticosus)
- mild adstringerend
- bij diarree, keelirritatie, slijmvliesontsteking
- veilig en breed inzetbaar
Groene thee (Camellia sinensis)
- rijk aan catechinen (gecondenseerde tannines)
- antioxidant + samentrekkend
- inwendig en uitwendig bruikbaar
Vrouwenmantel (Alchemilla vulgaris)
- adstringerend op baarmoederslijmvlies en darmen
- traditioneel bij overvloedige menstruatie en diarree
Salvia (Salvia officinalis)
- bitterstoffen + tannines
- zeer geschikt bij keelontsteking, overmatig zweten en wondjes
Walnootblad (Juglans regia)
- lokaal bij huidproblemen, eczeemachtige klachten
- adstringerend en antimicrobieel
Toepassingen in de kruidengeneeskunde
Looistoffen worden vooral gebruikt bij:
- acute diarree
- keelontsteking of keelirritatie (gorgelen / thee)
- aambeien (zitbad, waswater)
- wondjes en kloofjes
- ontstoken slijmvliezen (mond, keel, darmen)
- overtollig vocht of zweten
- bij menstruatieklachten (met name overvloedig bloedverlies in milde gevallen)
Veiligheid en bijzonderheden
- Niet langdurig dagelijks gebruiken (kan darmwerking remmen).
- Bij ijzersupplementen: tannines verminderen opname → minstens 2 uur ertussen laten.
- Bij diarree: alleen bij acute, niet bij chronische klachten.
- Niet inzetten bij ernstige obstipatie (kan verergeren).
- Eikenbast: uitwendig veiliger dan langdurig inwendig.
Bronnen
Verhelst, G. Groot Handboek Geneeskrachtige Planten
EMA Herbal Monographs
ESCOP Monographs