Het zoete bloempje uit mijn jeugd

Lamium album · Lipbloemenfamilie
Dat zoete bloempje van vroeger
Als kind plukten we de witte bloempjes en zogen we het zoete sap eruit. Heerlijk vond ik dat! Toen was het gewoon iets lekkers dat buiten groeide. Namen als ‘suikernetel’ en ‘zoete netel’ snap ik dus wel.
Een ‘brandnetel’ die niet prikt
De bladeren lijken op die van een brandnetel, maar witte dovenetel heeft geen brandharen. Kijk naar de bloemen: die staan als witte kransjes rond de vierkante stengel. Iedere bloem lijkt wel een klein mondje.
Waarvoor werd witte dovenetel vroeger gebruikt?
Vooral de bloemen werden gebruikt, en soms ook de rest van het kruid. Witte dovenetel kende verschillende traditionele toepassingen.
Een kruid voor vrouwen. Witte dovenetel werd onder meer gebruikt bij witte vloed, de oude naam voor vaginale afscheiding. Ook bij pijnlijke menstruaties en veel bloedverlies werd de plant genoemd. Dat vertelt iets over haar plaats in de kruidengeschiedenis, maar is geen bewijs dat ze zulke klachten verhelpt.
Voor keel, hoest en buik. Witte dovenetel werd ook gebruikt bij een gevoelige keel, hoest met slijm en diarree. Ook werden er omslagen van gemaakt voor de huid.
In oude teksten kom je bovendien het woord ‘bloedreinigend’ tegen. Zo keek men toen naar bepaalde kruiden. Het is geen duidelijke medische werking die we vandaag kunnen vaststellen.
Wat zit er achter dat gebruik?
Witte dovenetel bevat onder andere slijmstoffen en looistoffen. Slijmstoffen worden in verband gebracht met verzachting; looistoffen met een samentrekkend effect. Dat helpt om het vroegere gebruik te begrijpen, maar de aanwezigheid van die stoffen bewijst niet dat een behandeling werkt.
Een naam die veel vertelt
‘Doof’ heeft hier niets met horen te maken. De bladeren lijken op brandnetelbladeren, maar missen de brandharen. Het woord verwijst naar die ontbrekende prik. En ‘wit’ spreekt voor zich zodra je de bloemen ziet.
Vroeger werden verschillende soorten dovenetel soms samen besproken. Je kunt dus niet iedere oude beschrijving zonder meer aan alleen de witte dovenetel koppelen.
Niet alleen een geneeskruid
Jonge bladeren werden vroeger als voorjaarsgroente gekookt. En kinderen snoepten van het zoete sap uit de bloemen, net zoals wij dat deden.
Ook voor hommels is er wat te halen. Als je even blijft kijken, zie je ze soms van bloem naar bloem gaan. Zo heeft deze gewone plant meer te bieden dan je op het eerste gezicht denkt.
Bronnen: Geert Verhelst, het hoofdstuk over witte dovenetel; Marcel De Cleene, De Historia Naturalis – geschiedenis van de kruidengeneeskunde, het hoofdstuk ‘Witte dovenetel’.