Boerenwormkruid

← Terug naar de vergeten geneeskruiden

Gele knoopjes met een bijzonder verleden

Boerenwormkruid valt op tussen het groen. Die gele bloemhoofdjes lijken wel kleine knoopjes, dicht bij elkaar boven aan de stengels. Het is zo’n plant die ik tijdens een wandeling graag fotografeer. Maar achter die vrolijke bloemen zit een verhaal dat minder onschuldig is dan je misschien denkt.

Gele knopvormige bloemhoofdjes van boerenwormkruid
Boerenwormkruid — foto tijdens mijn wandeling.

Tanacetum vulgare · Composietenfamilie

Zo herken je boerenwormkruid

De gele hoofdjes hebben geen krans van lange bloemblaadjes, zoals een margriet. Elk knoopje bestaat uit heel veel kleine bloemetjes. Het blad is diep ingesneden en doet een beetje aan een varen denken. De plant heeft een sterke, kruidige geur.

Je ziet hem in de zomer en nazomer langs wegen, in bermen en op ruige plekken. Vaak staan er meerdere stengels bij elkaar, met de gele bloemen boven het omringende groen.

Waarom heet het boerenwormkruid?

De naam verklapt het bekendste oude gebruik: boerenwormkruid werd ingezet tegen wormen in de darmen, bij mensen en bij vee. Ook namen als wormzaad en pierenkruid herinneren daaraan. Vooral de bloemen en het zaad kwamen in oude wormmiddelen terecht.

De Latijnse naam Tanacetum is minder makkelijk te verklaren. Er bestaan verschillende verhalen over. Eén uitleg legt een verband met ‘onsterfelijk’, omdat de bloemen hun gele kleur lang behouden. In oude kruidenboeken werd de plant zelfs het onsterfelijke kruid genoemd. Dat zegt vooral iets over hoe men naar de plant keek, niet dat je er langer van zou leven.

Waarvoor werd het vroeger gebruikt?

Tegen darmwormen. Dat was verreweg de bekendste toepassing. Eeuwenlang probeerde men er onder andere spoelwormen en aarsmaden mee te verdrijven. Bloemen, bladeren en zaad werden daarvoor op allerlei manieren verwerkt.

Bij een lastige spijsvertering. De bittere plant werd ook gebruikt bij weinig eetlust, een opgeblazen buik en buikkrampen. Men zag boerenwormkruid als een kruid dat de maag op gang hielp en de lever ondersteunde.

Bij het uitblijven van de menstruatie. Ook daarvoor komt de plant in oude beschrijvingen terug. Juist dit gebruik had een gevaarlijke kant: boerenwormkruid kon ernstige vergiftiging en zwangerschapsverlies veroorzaken.

Uitwendig bij pijn en huidklachten. Gekneusde bladeren en aftreksels werden gebruikt bij onder meer kneuzingen en gewrichtspijn. Het zijn voorbeelden van wat mensen vroeger met deze plant probeerden, geen bewezen behandelingen.

Waarom gebruiken we het nu niet meer zo?

Boerenwormkruid bevat onder andere thujon, een stof die bij inname ernstige vergiftiging kan veroorzaken. De hoeveelheid verschilt per plant en bereiding. Daardoor is niet betrouwbaar te bepalen hoeveel je binnenkrijgt. Vooral de etherische olie is gevaarlijk.

Maak er daarom zelf geen thee, tinctuur of ander middel van om in te nemen. Gebruik het ook niet als keukenkruid, en zeker niet tijdens de zwangerschap. Ook op de huid kan de plant irritatie geven. Bij boerenwormkruid is er een goede reden waarom het oude medicinale gebruik grotendeels is verdwenen.

Een kruid tegen ongewenste huisgenoten

Boerenwormkruid had vroeger niet alleen een plek tussen de geneesmiddelen. Men strooide het in huis om vlooien, luizen, vliegen en motten te weren. De sterke geur speelde daarbij een rol. Het hoorde ook bij de strooikruiden waarmee men kamers frisser liet ruiken.

Dat vind ik een interessant stukje geschiedenis: dezelfde plant die buiten langs het pad groeide, werd binnen gebruikt voor de geur en om insecten op afstand te houden.

Van pannenkoek tot verfpot

Hoe vreemd het nu ook klinkt: jonge blaadjes belandden vroeger zelfs in pannenkoeken en voorjaarsomeletten. Soms werd boerenwormkruid bij het brouwen van bier gebruikt in plaats van hop. Dat historische gebruik maakt het niet veilig om die recepten opnieuw te maken.

Een heel andere toepassing was het verven van textiel. De bloemen werden gebruikt voor geel en de bladeren voor groen. Zo had één plant een plek in de oude kruidenkast, het huishouden én de verfpot.

Ook zonder het te gebruiken is er veel te ontdekken

Niet ieder geneeskruid dat ik onderweg tegenkom, hoeft in een kopje thee te eindigen. Bij boerenwormkruid zijn juist de verhalen boeiend. Die gele knoopjes vertellen iets over hoe mensen vroeger met planten leefden, wat ze ervan verwachtten en waarom sommige toepassingen weer verdwenen.

De volgende keer dat je boerenwormkruid langs het pad ziet, kijk je er misschien toch even anders naar.

Bronnen
Marcel De Cleene, hoofdstuk ‘Boerenwormkruid’ uit het aangeleverde kruidenboek.
Geert Verhelst, beschrijving van boerenwormkruid.
NC State Extension – Tanacetum vulgare.

← Bekijk de andere vergeten geneeskruiden

← Terug naar de vergeten geneeskruiden

Gele knoopjes met een bijzonder verleden

Boerenwormkruid valt op tussen het groen. Die gele bloemhoofdjes lijken wel kleine knoopjes, dicht bij elkaar boven aan de stengels. Het is zo’n plant die ik tijdens een wandeling graag fotografeer. Maar achter die vrolijke bloemen zit een verhaal dat minder onschuldig is dan je misschien denkt.

Gele knopvormige bloemhoofdjes van boerenwormkruid
Boerenwormkruid — foto tijdens mijn wandeling.

Tanacetum vulgare · Composietenfamilie

Zo herken je boerenwormkruid

De gele hoofdjes hebben geen krans van lange bloemblaadjes, zoals een margriet. Elk knoopje bestaat uit heel veel kleine bloemetjes. Het blad is diep ingesneden en doet een beetje aan een varen denken. De plant heeft een sterke, kruidige geur.

Je ziet hem in de zomer en nazomer langs wegen, in bermen en op ruige plekken. Vaak staan er meerdere stengels bij elkaar, met de gele bloemen boven het omringende groen.

Waarom heet het boerenwormkruid?

De naam verklapt het bekendste oude gebruik: boerenwormkruid werd ingezet tegen wormen in de darmen, bij mensen en bij vee. Ook namen als wormzaad en pierenkruid herinneren daaraan. Vooral de bloemen en het zaad kwamen in oude wormmiddelen terecht.

De Latijnse naam Tanacetum is minder makkelijk te verklaren. Er bestaan verschillende verhalen over. Eén uitleg legt een verband met ‘onsterfelijk’, omdat de bloemen hun gele kleur lang behouden. In oude kruidenboeken werd de plant zelfs het onsterfelijke kruid genoemd. Dat zegt vooral iets over hoe men naar de plant keek, niet dat je er langer van zou leven.

Waarvoor werd het vroeger gebruikt?

Tegen darmwormen. Dat was verreweg de bekendste toepassing. Eeuwenlang probeerde men er onder andere spoelwormen en aarsmaden mee te verdrijven. Bloemen, bladeren en zaad werden daarvoor op allerlei manieren verwerkt.

Bij een lastige spijsvertering. De bittere plant werd ook gebruikt bij weinig eetlust, een opgeblazen buik en buikkrampen. Men zag boerenwormkruid als een kruid dat de maag op gang hielp en de lever ondersteunde.

Bij het uitblijven van de menstruatie. Ook daarvoor komt de plant in oude beschrijvingen terug. Juist dit gebruik had een gevaarlijke kant: boerenwormkruid kon ernstige vergiftiging en zwangerschapsverlies veroorzaken.

Uitwendig bij pijn en huidklachten. Gekneusde bladeren en aftreksels werden gebruikt bij onder meer kneuzingen en gewrichtspijn. Het zijn voorbeelden van wat mensen vroeger met deze plant probeerden, geen bewezen behandelingen.

Waarom gebruiken we het nu niet meer zo?

Boerenwormkruid bevat onder andere thujon, een stof die bij inname ernstige vergiftiging kan veroorzaken. De hoeveelheid verschilt per plant en bereiding. Daardoor is niet betrouwbaar te bepalen hoeveel je binnenkrijgt. Vooral de etherische olie is gevaarlijk.

Maak er daarom zelf geen thee, tinctuur of ander middel van om in te nemen. Gebruik het ook niet als keukenkruid, en zeker niet tijdens de zwangerschap. Ook op de huid kan de plant irritatie geven. Bij boerenwormkruid is er een goede reden waarom het oude medicinale gebruik grotendeels is verdwenen.

Een kruid tegen ongewenste huisgenoten

Boerenwormkruid had vroeger niet alleen een plek tussen de geneesmiddelen. Men strooide het in huis om vlooien, luizen, vliegen en motten te weren. De sterke geur speelde daarbij een rol. Het hoorde ook bij de strooikruiden waarmee men kamers frisser liet ruiken.

Dat vind ik een interessant stukje geschiedenis: dezelfde plant die buiten langs het pad groeide, werd binnen gebruikt voor de geur en om insecten op afstand te houden.

Van pannenkoek tot verfpot

Hoe vreemd het nu ook klinkt: jonge blaadjes belandden vroeger zelfs in pannenkoeken en voorjaarsomeletten. Soms werd boerenwormkruid bij het brouwen van bier gebruikt in plaats van hop. Dat historische gebruik maakt het niet veilig om die recepten opnieuw te maken.

Een heel andere toepassing was het verven van textiel. De bloemen werden gebruikt voor geel en de bladeren voor groen. Zo had één plant een plek in de oude kruidenkast, het huishouden én de verfpot.

Ook zonder het te gebruiken is er veel te ontdekken

Niet ieder geneeskruid dat ik onderweg tegenkom, hoeft in een kopje thee te eindigen. Bij boerenwormkruid zijn juist de verhalen boeiend. Die gele knoopjes vertellen iets over hoe mensen vroeger met planten leefden, wat ze ervan verwachtten en waarom sommige toepassingen weer verdwenen.

De volgende keer dat je boerenwormkruid langs het pad ziet, kijk je er misschien toch even anders naar.

Bronnen
Marcel De Cleene, hoofdstuk ‘Boerenwormkruid’.
Geert Verhelst, beschrijving van boerenwormkruid.
NC State Extension – Tanacetum vulgare.

← Bekijk de andere vergeten geneeskruiden